ONTKENNINGEN - NE ... PAS

 

 Als je wilt zeggen dat iets niet zo is of niet gebeurt, gebruik je ne ... pas (niet, geen). Ne staat dan vóór het 

 werkwoord, pas erachter.

 

 Vous n'allez pas à droite - U gaat niet naar rechts

 Vous ne prenez pas la première rue à gauche - U neemt niet de eerste straat links

 Ce n'est pas loin - het is niet ver

 

 WERKWOORD ZIJN - ÊTRE

 

 ik ben

 jij bent

 hij is

 zij is

 wij zijn

 u bent / jullie zijn

 zij (m) zijn

 zij (v) zijn

je suis

tu es

il est

elle est

nous sommes

vous êtes

ils sont

elles sont

 

 WERKWOORD GAAN - ALLER

 

 ik ga

 jij gaat

 hij gaat

 zij gaat

 wij gaan

 u gaat / jullie gaan

 zij (m) gaan

 zij (v) gaan

je vais

tu vas

il va

elle va

nous allons

vous allez

ils vont

elles vont

 

 REGELMATIGE WERKWOORDEN OP - ER

 

 Veel werkwoorden in het Frans eindigen op -er. Hoe vervoeg je die werkwoorden? Eerst heb je de stam nodig!

 

 STAM = hele werkwoord - er, bijvoorbeeld: travailler - er = travaill

 

 De rest van het werkwoord vervoeg je als volgt (de rode letters zijn de uitgangen):

 

 je

 tu

 il

 elle

 nous

 vous

 ils

 elles

travaille

travailles

travaille

travaille

travaillons

travaillez

travaillent

travaillent

ik werk

jij werkt

hij werkt

zij werkt

wij werken

u werkt/jullie werken

zij (m) werken

zij (v) werken