|
Enkele
grammaticale termen:
zelfstandig
naamwoord:
Daar
kun je altijd de, het of een (le, la, l’, les, un, une of des)
voor zetten.
bijvoegelijk
naamwoord:
Zegt
iets over het zelfstandig naamwoord, bijv.groot/klein
(grand/petit).
Voorbeeld:
Ik
heb een groene fiets
groene
= bijvoeglijk naamwoord
J’ai
un vélo vert
vert
=
bijvoeglijk naamwoord
In
het Frans letten we bij het bijvoeglijk naamwoord op:
A.
DE PLAATS
B.
DE VORM
A.
DE PLAATS
Regel:
-
Het bijvoeglijk naamwoord staat altijd achter
het zelfstandig
naamwoord. Behalve de volgende die er altijd voor
staan:
-
bon
- grand
- jeune
- beau
- gros
- vieux
- joli
- petit
- nouveau
Voorbeelden:
-
Un bon gâteau.
- Mon petit
velo.
-
Mon vieux
pantalon.
- Le beau
temps.
-
Un jeune garçon.
- Un gros
monsieur.
B:
DE VORM
Regel:
-
Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan het zelfstandig
naamwoord:
Als het zelfstandig naamwoord mannelijk is dan
moet het bijvoeglijk naamwoord
ook in de mannelijke vorm worden gezet. De
uitgangen worden dan als volgt:
Vrouwelijk
enkelvoud
->
-e
Mannelijk
enkelvoud
->
-
Mannelijk
meervoud
->
-
s
Vrouwelijk
meervoud
->
-es
Voorbeelden:
-
Een rode appel.
->
Une pomme verte.
want
“pomme” is vrouwelijk
-
De grote hond.
->
Le grand chien.
want
“chien” is mannelijk
groen
= vert
grand = groot
-verte
(v)
-grande
(v)
-vert
(m)
-grand
(m)
-verts
(mmv)
-grands
(mmv)
-vertes
(vmv)
-grandes (vmv)
Let
op de volgende uitzonderingen:
vieux
= oud
beau = mooi
nouveau =
nieuw
-vieille
(v)
-belle
(v)
-nouvelle
(v)
-vieux
(m)
-beau
(m)
-nouveau
(m)
-vieil
(m*)
-bel
(m*)
-nouvel
(m*)
-vieux
(mmv)
-beaux (mmv)
-nouveaux
(mmv)
-vieilles
(vmv)
-belles
(vmv)
-nouvelles
(vmv)
|